Meer en meer wordt er een beroep gedaan op de ondergrond, niet alleen als bron voor tal van natuurlijke rijkdommen, maar ook steeds meer als infrastructuur voor de berging van materialen. Er is dan ook dringend nood aan een - driedimensionale - 'Ruimtelijke Plan van de Ondergrond', vergelijkbaar met de bestaande gewestplannen die de bestemming van de ruimte aan het aardoppervlak vastleggen, of het zonet gelanceerde 'Marien Ruimtelijk Plan' voor het Belgische deel van de Noordzee (zie 'Goedkeuring ontwerp Marien Ruimtelijk Plan maakt aanleg energie-eilanden voor de kust mogelijk'). Wensen we op een duurzame manier om te springen met de ondergrond, dan moet immers vermeden worden dat kortetermijnbeslissingen met betrekking tot exploratie- en exploitatievergunningen andere toepassingen van de ondergrond hypothekeren of zelfs onmogelijk maken. Een langetermijnstrategie houdt immers in dat er eerst nagedacht is over de toekomstbestemming(en) van elk deel van onze ondergrond, alvorens over te gaan tot (het vergunnen van) de uitbating van de aanwezige natuurlijke rijkdommen of de inrichting van een specifieke bergingsinfrastructuur. Het uittekenen van een dergelijk ruimtelijke plan van de ondergrond is vooreerst een opdracht van de overheid, en dient te gebeuren in nauwe samenwerking met universiteiten en wetenschappelijke instellingen, alsook in dialoog met de betrokken gemeenschappen. Enkel zo speelt de overheid echt zijn rol door de weg te tonen en niet enkel achter de feiten aan te hollen.
Een 'game changer'?
Een ware schaliegasrevolutie voltrekt zich actueel aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan. In Europa heerst er – voorlopig nog – enige terughoudendheid om op de kar van de niet-conventionele energiebronnen, zoals steenkoolgas, schaliegas, teerzanden, e.a., te springen. Al verschilt dit van land tot land. In de UK lijkt de regering van Cameron volledig de schaliegaskaart te trekken, door zelfs belastingsvoordelen toe te kennen aan bedrijven die deze nieuwe energiebron gaan ontginnen. In Frankrijk is er nog steeds een moratorium van kracht met betrekking tot de controversiële ontginningstechniek 'fracking'. In Nederland wacht de minister van Economische Zaken, Henk Kamp, op een rapport van een ‘onafhankelijke’ expertencommissie alvorens een beslissing te nemen. Ondertussen verklaren steeds meer Nederlandse gemeenten zich 'schaliegasvrij'. In Vlaanderen heeft onlangs minister Schauvliege een exploratievergunning toegekend aan 'Limburg Gas nv', een projectvennootschap tussen nv Mijnen en het Australische 'frack'-bedrijf Dart Energy, om uit te zoeken of het steenkoolgas in de Limburgse mijnbouwconcessies economisch exploiteerbaar is. En verder worden, vooral in de media, proefballonnetjes opgelaten rond schaliegas in België. Een sluipende besluitvorming zonder enig politiek, laat staan maatschappelijk draagvlak?
De snelheid van deze energierevolutie heeft iedereen - en vooral de overheid - in snelheid genomen. Zo hebben de 'frack'- en energiebedrijven eigenlijk vrij spel gekregen, met - althans in de VS - een ware 'shale gas rush' tot gevolg. Maar een van de 'neveneffecten' van deze eerder onbezonnen keuze voor het schaliegasavontuur is een ware stellingenoorlog tussen voor- en tegenstanders van niet-conventionele energiebronnen. Beide partijen hebben zich ingegraven in hun eigen 'Grote Gelijk' (zie ook 'Links en anti-wetenschap' en 'Uit de loopgraven'). Er is geen plaats meer voor open debat, en nog minder voor genuanceerde, wetenschappelijk onderbouwde afwegingen over voor- en nadelen van niet-conventionele energiebronnen. Voor de voorstanders - vaak vanuit de bedrijfswereld en overheden - is schaliegas een echte 'game changer' in het globale energiedebat. De tegenstanders - vaak vanuit groene bewegingen en lokale burgergemeenschappen - schetsen een ware schaliegasapocalyps met vuurspuwende waterkranen, kankers, radioactieve besmetting, aardbevingen, en ander onheil.
Dit welles-nietesspel brengt ons natuurlijk nergens, zeker als we hier in het dichtbevolkte en milieubewustere Europa - met doorgaans kleinere schaliegasvelden - de nodige lessen willen trekken uit het Amerikaanse schaliegasavontuur. Alle betrokken partijen zullen uiteindelijk wel een vergelijk moeten vinden(zie ook 'Uit de loopgraven'). Anders zullen er op het einde van het verhaal alleen maar verliezers achterblijven. En hier moet de overheid - en dus de politiek - zijn verantwoordelijkheid nemen door het initiatief naar zich toe te trekken, niet alleen om een breed maatschappelijk debat op gang te trekken, maar ook en vooral om het kortetermijndenken te overstijgen. De 'vrije markt' vertrekt immers vanuit een te eng, 'eendimensionaal' perspectief, met name de exploratie en exploitatie van één enkele energiebron, zonder rekening te houden met de andere mogelijkheden die de ondergrond te bieden heeft.
Een ruimtelijke ordening van de ondergrond
De ondergrond is meer dan schaliegas of steenkoolgas alleen. Meer en meer wordt er naar de ondergrond gekeken, niet alleen voor tal van natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater, primaire bouwmaterialen (bv. klei, zand), conventionele (bv. steenkool) en niet-conventionele (bv. steenkoolgas) 'fossiele' energiebronnen, alsook diverse vormen van 'duurzame', 'groene' geothermische energie. Maar ook dient de ondergrond steeds meer als een ‘infrastructuur’ met het oog op de berging van bruikbare materialen (bv. de ondergrondse gasopslag in Loenhout), en van afvalstoffen. Zo is er eerst en vooral de geologische berging van hoogradioactief afval, de enige wetenschappelijk verantwoorde optie (zie ook 'De laatste rechte lijn'), maar ook Carbon Capture and Storage (CCS), een onontkoombare noodzaak om het toekomstige gebruik van fossiele energiebronnen 'klimaatneutraal' te maken (door de opslag van koolzuurgas in de ondergrond).
Deze figuur geeft duidelijk aan op hoeveel manieren we een beroep doen en nog zullen doen op de - al of niet - diepe ondergrond. De nood aan planning wordt hiermee overduidelijk geïllustreerd (Rijksoverheid Nederland - structuurvisie ondergrond).
De ondergrond heeft dan ook een veelheid van mogelijke toepassingen. En deze verschillende toepassingen zouden wel eens in 'elkaars vaarwater' kunnen terechtkomen. Meervoudig gebruik van een stuk van de ondergrond is zo goed als uitgesloten en zeker te vermijden. Een deel van de ondergrond dat ideaal zou zijn voor de winning van geothermische energie, gaan we toch niet in beschouwing nemen voor een geologische berging, enz. Langs de ene kant weten we - binnen de geologische departementen aan de universiteiten en wetenschappelijke instellingen - al heel veel over onze ondergrond. Al deze informatie dient echter samengebracht te worden in een inventaris van mogelijke toepassingen van de ondergrond (zie bijvoorbeeld VRODO-project van het Nederlandse TNO). Langs de andere kant weten we over andere aspecten zo goed als niets en is er dringend nood aan onderzoek. Zo is bijvoorbeeld het potentieel van schaliegas in België totaal ongekend. Elke langetermijnstrategie die uitgaat van een duurzaam en geïntegreerd gebruik van de ondergrond kan dan ook alleen maar als alle potentiële toepassingsmogelijkheden geïnventariseerd worden, en in kaart - in drie dimensies - worden gebracht. Enkel zo kunnen prioritaire bestemmingen worden toegewezen aan delen van de ondergrond, dit liefst in samenspraak met alle betrokkenen, gaande van industriële partners tot lokale gemeenschappen. Dit alles moet vervolgens uitmonden in een driedimensionele ruimtelijke ordening van de ondergrond. Een dergelijk 'Ruimtelijk Plan Ondergrond' is een opdracht van de overheid (zie bijvoorbeeld Structuurvisie Ondergrond in Nederland). Deze oefening moet elke vergunningstoekenning voorafgaan, net zoals aan het aardoppervlak gebeurt.
Langetermijnstrategie
Onderzoek naar ontginbare voorraden maakt echter ook deel uit van een dergelijke langetermijnstrategie. Weten welke voorraden in de ondergrond zitten, wil niet noodzakelijk zeggen dat deze voorraden sowieso moeten worden ontgonnen. Deze economische kortetermijnlogica moet worden doorbroken. In de huidige klimaatcrisis is het immers bijna vanzelfsprekend dat de niet-conventionele - 'fossiele' - energievoorraden niet aangesproken worden en dus diep in de ondergrond blijven steken. Maar hun toekomstige uitbating mag ook weer niet gehypothekeerd worden door andere ondergrondse activiteiten. Niemand weet wat de toekomst brengen zal.
Ook investeren in innovatief onderzoek op zoek naar 'propere' ontginningstechnieken en ontginningsconcepten met minimale impact op milieu en omgeving, en maximale voordelen voor de lokale en regionale maatschappij, maakt deel uit van een langetermijnstrategie. Europa mag zich dan ook niet blindelings in een schaliegasavontuur storten, maar moet het voortouw nemen in onderzoek en ontwikkeling. Dit kan gebeuren door bijvoorbeeld een wetenschappelijk ondersteund proef- en demonstratieproject rond schaliegasontginning, om zo know how op te bouwen. Alles wijst er immers op dat tegen 2035 er wereldwijd 40% meer energie nodig zal zijn en dat de voornaamste bron nog steeds fossiele energiebronnen zullen zijn, waaronder de verschillende niet-conventionele energiebronnen. Door te investeren in onderzoek en ontwikkeling kan - en moet - Europa er alles doen dat deze onvermijdelijke evolutie een minimale milieu-impact heeft, zowel door in te zetten op 'propere' ontginningconcepten van niet-conventionele energiebronnen als op de geologische berging van koolzuurgas (CCS).
We hebben een duidelijke keuze. Ofwel blijven we het conflict cultiveren en graven de voor- en tegenstanders zich dieper dan ooit in in hun 'Grote Gelijk'. Beide partijen zitten zo gevangen in een kortetermijndenken. Ofwel gaan we in dialoog en bouwen we aan een constructief, toekomstgericht verhaal waar iedereen op (middel-)lange termijn uitkomt als winnaar. Maar hiervoor moet men durven afwijken van platgetreden paden. De overheid moet hier zijn verantwoordelijkheid nemen door te investeren in een 'Ruimtelijk Plan Ondergrond', en zo een duidelijk, algemeen gedragen, kader te creëren voor het toekomstig gebruik van de ondergrond. Zo werken we op lange termijn, en laten we ons niet verleiden door de sirenenzang van de 'Golden Age of Gas', dat trouwens wel eens op een 'shale gas bubble' zou kunnen uitdraaien. De overheid moet hierin de weg tonen en niet zomaar achter de feiten aanhollen in een sluipende besluitvorming van vergunning tot vergunning. De ondergrond met al zijn natuurlijke rijkdommen en mogelijkheden mag en kan niet geprivatiseerd worden. De ondergrond behoort tot ons allen toe!
Deze tekst is geschreven op vraag van de partij GROEN! ter voorbereiding van het impulscongres #IMPULS, dat in oktober 2013 georganiseerd wordt. Deze tekst is dan ook voor het eerst gepubliceerd op de volgende webpagina (5 juni 2013). Deze visietekst is dan ook opgenomen in het impulsboek in het deel Klimaat & Gezondheid (pagina 204-206).
Andere teksten rond schaliegas en steenkoolgas in het kader van het impulscongres #IMPULS:
In Nederland is dit proces al in gang gezet in 2011 op initiatief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu: